Niemand wordt 's morgens wakker met de gedachte: "Vandaag wil ik soepeler bewegen."
Je wilt gewoon kunnen blijven doen wat je graag doet.
Een wandeling maken als de zon schijnt.
Een middag in de tuin bezig zijn.
Een weekendje weg, zonder je af te vragen of je lichaam het wel volhoudt.
Met je kleinkinderen een dagje naar Artis, zonder halverwege alleen nog op zoek te zijn naar een bankje.
Voor mij betekent soepel bewegen niet dat je met je handen plat op de grond kunt.
Ook niet dat je lenig bent.
Het betekent dat je kunt blijven doen wat belangrijk voor je is.
Dat lijken heel gewone dingen.
Tot ze niet meer vanzelf gaan.
En juist dat gebeurt meestal zo langzaam dat je het bijna niet merkt.
De meeste mensen kunnen niet precies aanwijzen wanneer bewegen lastiger werd.
Je wordt niet op een ochtend wakker en denkt: "Vanaf vandaag ben ik minder soepel."
Het begint niet van de ene op de andere dag.
Het sluipt er langzaam in.
Vroeger sprong je uit bed en begon de dag.
Nu voelt je lichaam stram en heeft het tijd nodig om op gang te komen.
Vroeger trok je je sokken aan terwijl je op één been stond.
Nu ga je eerst op de rand van je bed zitten, want je merkt dat je anders je evenwicht verliest.
Die volle wasmand?
Vroeger dacht je daar niet over na.
Nu zet je hem halverwege de trap even neer voordat je verder loopt.
Vroeger werkte je gewoon een middagje in de tuin.
Nu merk je pas 's avonds, als je opstaat van de bank, hoeveel energie die middag eigenlijk heeft gekost.
Geen grote veranderingen.
Wel van die kleine momenten die steeds vaker terugkomen.
Wat mij steeds weer opvalt, is hoe vanzelfsprekend we ons aanpassen.
Niet bewust.
Het gebeurt gewoon.
Je laat die zware bloempot nog even staan.
Je vraagt iemand anders de boodschappen uit de auto te tillen.
Je kiest de lift terwijl je vroeger automatisch de trap nam.
Je zegt een wandeling af, omdat je denkt te weten hoe je je morgen zult voelen.
En voor je het weet, bepaal je steeds vaker wat je niet meer doet, in plaats van wat je nog wél kunt.
Dat raakt me misschien nog wel het meest.
Niet die stijve rug.
Of die knie die af en toe zeurt.
Maar dat je wereld ongemerkt een stukje kleiner wordt.
Een gewoonte kondigt zich niet aan als een gewoonte.
Hij voelt vertrouwd.
Zo vertrouwd dat je niet meer merkt dat het ook anders zou kunnen.
"Zo doe ik dat nu eenmaal."
Zo trek ik mijn sok aan.
Zo sta ik op.
Zo loop ik de trap op.
Zo buk ik.
En daar begint voor mij de echte nieuwsgierigheid.
Niet omdat die manier verkeerd is.
Maar omdat je lichaam andere mogelijkheden steeds minder is gaan gebruiken.
Natuurlijk verandert je lichaam als je ouder wordt.
Je herstelt misschien wat langzamer dan vroeger. Je spieren reageren anders en sommige gewrichten voelen minder soepel.
Dat hoort erbij.
Maar toch zie ik iets dat me al jaren bezighoudt.
Ik zie vrouwen van dezelfde leeftijd die allebei graag wandelen, fietsen of tuinieren. De één beweegt met zichtbaar gemak, terwijl de ander na een uurtje al het gevoel heeft dat haar lichaam protesteert.
Leeftijd speelt mee. Maar hij vertelt niet het hele verhaal.
Er speelt vaak nog iets anders mee.
Niet alleen wat je doet.
Maar vooral hoe je het doet.
De manier waarop je beweegt ontstaat niet in één dag.
Die groeit in de loop van je leven.
Met een pijnlijke rug ga je misschien voorzichtiger bukken.
Na een val span je ongemerkt meer spieren aan als je opstaat.
Na jaren achter een bureau gebruik je je schouders misschien veel meer dan nodig is.
Dat zijn geen bewuste keuzes.
Je lichaam doet niet moeilijk om je dwars te zitten.
Het probeert juist zijn werk zo goed mogelijk te doen.
Het is eigenlijk best slim.
Alleen niet altijd meer handig.
Je lichaam vindt een manier die op dat moment werkt.
Als die oplossing goed genoeg is, blijft je lichaam die gebruiken.
Na verloop van tijd voelt die manier zo vanzelfsprekend dat je denkt: “Zo ben ik nu eenmaal.”
Maar vertrouwd is niet altijd hetzelfde als handig.
Je kunt uit een stoel opstaan.
Maar doe je dat altijd op precies dezelfde manier?
Je kunt iets van de grond pakken.
Maar gebeurt dat iedere keer met dezelfde spanning, dezelfde voorbereiding en dezelfde moeite?
Je kunt de trap oplopen.
Maar gebeurt dat iedere keer volgens hetzelfde patroon?
Of kent je lichaam eigenlijk nog maar één oplossing?
Zolang die ene manier werkt, valt dat misschien niet op.
Maar als je lichaam daarvoor nog maar één bekende manier heeft, blijft het van die oplossing afhankelijk. Ook wanneer die op dat moment niet goed past.
Soms vraagt een situatie om minder inspanning. Op een ander moment heb je juist kracht, snelheid of stevigheid nodig. Het doel is dus niet dat je spieren altijd zacht of ontspannen zijn. Het gaat erom dat je lichaam zich zo kan organiseren dat je kunt doen wat op dat moment nodig is.
Juist dát geeft bewegingsvrijheid: je lichaam kan zich aanpassen aan wat een situatie vraagt.
Vrijheid om een beweging aan te passen als je moe bent.
Vrijheid om makkelijker op te staan na een middag tuinieren.
En vrijheid om niet vast te zitten aan één oplossing wanneer die niet goed werkt.
Misschien verwacht je dat ik nu zeg dat je meer moet bewegen.
Dat je spieren sterker moeten worden.
Of dat je vaker moet sporten.
Natuurlijk is bewegen belangrijk.
Maar meer bewegen is niet automatisch hetzelfde als gemakkelijker bewegen.
Ik zie regelmatig vrouwen die iedere week wandelen, fietsen of zwemmen.
Aan beweging ontbreekt het niet.
En toch kost opstaan uit een stoel steeds meer moeite.
Of ze voelen na een middag in de tuin hun rug.
Daar kijk ik altijd naar.
Niet naar hoeveel iemand beweegt.
Maar naar hoe die beweging georganiseerd is.
Gebruikt iemand veel meer kracht dan nodig is?
Trekt ze ongemerkt haar schouders op?
Houdt ze haar adem even vast als ze opstaat of iets optilt?
Dat zijn kleine dingen.
Maar samen kunnen ze ervoor zorgen dat een gewone beweging veel meer energie kost dan nodig is.
De vraag is dan niet hoe je lichaam harder kan werken, maar of dezelfde beweging ook met meer gemak kan.
In mijn lessen is harder werken zelden de oplossing.
Een perfecte houding is dat ook niet.
En al helemaal niet jezelf voortdurend corrigeren.
Ik begin meestal met iets veel eenvoudigers.
Met één gewone beweging.
Opstaan uit een stoel.
Omkijken alsof je in de auto zit en achteruit wilt rijden.
Iets van de grond oprapen.
Niet om die beweging meteen te veranderen.
Maar om eerst te ontdekken hoe je die nu eigenlijk maakt.
Want pas als je merkt hoe je iets doet, kun je ook andere mogelijkheden gaan ervaren.
Vaak merk je dan dingen die je nooit eerder zijn opgevallen.
Dat je je adem even inhoudt als je opstaat.
Dat je je schouders optrekt terwijl dat eigenlijk niet nodig is.
Of dat je meer aanspant dan je zelf had gemerkt.
Niet omdat je iets verkeerd doet.
Maar omdat je zenuwstelsel in de loop van de jaren een manier heeft gevonden die vertrouwd is geworden.
En wat vertrouwd is, voelt al snel als de enige mogelijkheid.
De Feldenkrais-methode draait voor mij niet om oefeningen die je zo goed mogelijk moet uitvoeren.
Het gaat ook niet om rekken en strekken, of een perfecte techniek.
Het gaat om leren.
Om kleine verschillen op te merken.
Door kleine verschillen te ervaren, merkt je zenuwstelsel dat een beweging niet op maar één manier georganiseerd hoeft te worden.
Misschien wordt de beweging iets vloeiender. Misschien past de inspanning beter bij wat je doet, of wordt het werk beter over je lichaam verdeeld.
Dat lijken kleine aanpassingen.
Maar ze kunnen verrassend veel invloed hebben op hoe een beweging aanvoelt.
Wanneer een beweging duidelijker, gemakkelijker en aangenamer voelt, krijgt je zenuwstelsel een bruikbaar alternatief voor de oude gewoonte. Door dat verschil vaker te ervaren, wordt die mogelijkheid steeds vertrouwder.
Moshe Feldenkrais, de grondlegger van de methode, koppelde vrijheid aan het hebben van alternatieven. Zonder alternatieven is veranderen moeilijk: je blijft aangewezen op wat je al kent.
Die gedachte helpt mij nog iedere dag in mijn werk.
Je hoeft niet altijd dezelfde manier te gebruiken om op te staan.
Of te bukken.
Of de trap op te lopen.
Hoe meer manieren je lichaam kent, hoe makkelijker het zich kan aanpassen aan wat een situatie van je vraagt.
Dat betekent niet dat één manier altijd beter is dan een andere. Soms heb je zachtheid en weinig inspanning nodig, soms juist kracht, snelheid of stevigheid. Bewegingsvrijheid betekent dat je kunt beschikken over een manier die past bij wat je wilt doen.
Dat is voor mij de betekenis van soepel bewegen na je 50ste.
Niet dat alles altijd lukt.
Niet dat je nooit meer ergens last van hebt.
Maar dat je niet vastzit in één manier van bewegen.
Dat geeft vertrouwen.
En vaak ook rust.
Soms vragen mensen waarom ik adviseer om een les nog eens te doen.
Niet omdat je hem de eerste keer fout hebt gedaan.
Juist niet.
Een tweede of derde keer merk je vaak iets heel anders op dan de eerste keer.
Je voelt een verschil dat je eerder nog niet kon voelen.
Je ontdekt dat meer delen van je lichaam bij de beweging betrokken zijn dan je eerst dacht.
Of je wordt je bewust van iets waar je de eerste keer aan voorbijging.
Een verschil hoeft niet groot te zijn om ervan te leren. Juist wanneer je rustig beweegt en de inspanning vermindert, kun je subtiele verschillen beter waarnemen. Zo kan een andere manier van bewegen merkbaar en beschikbaar worden.
Je leert niet door een les perfect uit te voeren. Je leert door steeds beter verschillen waar te nemen. Zo worden er meer manieren beschikbaar waarop je een beweging kunt organiseren.
Daar draait het uiteindelijk om.
Niet om perfect bewegen.
Niet om twintig jaar jonger lijken.
Maar om met vertrouwen te blijven doen wat belangrijk voor je is.
Een wandeling maken omdat je er zin in hebt.
Een middag in de tuin werken.
Een weekend op pad zonder je vooraf al zorgen te maken over hoe je lichaam zal reageren.
Misschien merk je morgen alleen dat opstaan iets gemakkelijker gaat.
Dat lijkt een klein verschil.
Juist zulke kleine aanpassingen kunnen helpen om ook later met plezier te blijven wandelen, reizen, spelen met je kleinkinderen of een dagje uit te gaan.
En dát is de vrijheid waar ik op hoop voor de vrouwen die ik begeleid.
In mijn gratis e-book '3 Gouden Tips om klachten van lang stilzitten te voorkomen' laat ik je kennismaken met een paar eenvoudige manieren om anders naar bewegen te kijken.
Kies één tip die je aanspreekt en probeer hem een paar dagen uit. Niet om jezelf te verbeteren, maar om te voelen wat er verandert wanneer je een gewone beweging net iets anders benadert.
Jonger kan ik je niet maken. Wél laten ervaren dat je lichaam meer mogelijkheden heeft dan je denkt.
